Het minste probleem

Maandagavond, orkestrepetitieavond. Ik had me enigszins triestig geïnstalleerd op mijn luie stoel. Dekentje over de benen, haakwerkje, flinke kop thee.

Die middag had ik al trombone gespeeld, een vol uur, omdat ik ’s avonds niet komen mocht. Er mogen maar 30 mensen komen naar de wekelijkse repetitie van het harmonieorkest* (dat meer dan 40 leden telt) en het clustersysteem dat het bestuur had bedacht, betekende dat ik voor vanavond buiten de boot viel, dus vandaar. En piano had ik ook nog gespeeld na het avondeten, om toch het gevoel te krijgen nog íets aan muziek te doen vanavond. Maar ja, de orkestrepetitie missen, wat voelde dát als een straf die ik niet had verdiend.

Enigszins verongelijkt pakte ik mijn haakwerkje bij de thee en ik dacht stilletjes “ja hoor, gaan jullie maar lekker repeteren met elkaar, ik vermaak me wel met de haaknaald en de zachte draad, waaruit ik een fraaie placemat tover.”

De thee was net op en het was tijd om de TV aan te zetten voor het journaal, toen mijn mobieltje aankondigde dat Louise belde. Verbaasd nam ik op en ik hoorde haar zeggen dat er twee zieken waren in haar cluster en of ik toch nog komen kon… enigszins beduusd hoorde ik hoe ze vroeg of ik dat nog zou redden… onze repetitie begon om kwart over acht! Ook een coronamaatregel: normaliter starten we om 20:00 uur, maar nu beginnen we een kwartier later om te voorkomen dat de leden van het harmonieorkest bij binnenkomst de vertrekkende luitjes van het leerlingenorkest kruisen op de gang… om die anderhalve meter goed te handhaven.

“Sjee, dan ga ik nu heel snel mijn schoenen aantrekken”, riep ik tegen Louise. “Ik zal wel ietsje later komen, maar ik kom eraan!” Ik racete naar boven om de trombone in het foedraal te doen en mijn muziekmap in te pakken. Toen in de keuken snel mijn theebeker-om-mee-te-nemen gevuld en in mijn tas gedouwd (er mag tijdens de pauze geen koffie en thee geschonken worden volgens het protocol), en wég was ik.

Ik was zelfs nog op tijd om de eerste noot mee te spelen, hoewel ik nergens de snelheidslimiet heb overtreden, volgens mij.

Bij binnenkomst bedankte ik Louise, die wel kon zien, denk ik, dat ik superblij was dat ik toch mocht komen. Ik kon haar wel zoenen, maar ja, dat was tegen het protocol hè…

Iedereen was verbaasd mij te zien, want in de mail hadden ze gelezen dat ik afwezig zou zijn. En dat ik ‘s middags al trombone had gespeeld, in plaats van vanavond…

Het was een fijne repetitie, met veel vrolijke noten. En hoe ik speelde, nee, niet alles was perfect, nóg niet, ik weet het dekselsgoed, maar het meeste was volgens mij wél in orde en wat er wel was in elk geval, was mijn stralende blijdschap omdat ik toch nog mee mocht doen. Want, zoals Ad (voorzitter en bassist) schreef:”samen repeteren is voor mij altijd weer een cadeautje”. Dat geldt voor al onze orkestleden, en voor iedereen die in groepsverband muziek maakt. Je leeft er zo ongeveer de hele week naartoe.

Toen ik weer thuis in mijn luie stoel zat, bemerkte ik pas dat ik tot op de botten verkleumd was. Oh, die ijskoude voeten! Ons harmonieorkest repeteert namelijk, om goed te ventileren, met de ramen open, ook nu het buiten al flink aan het herfsten is. En dan heb ik nog het geluk dat ik trombone speel, wat aardig wat verwarmende lichaamsbeweging vereist.

Al die mensen die, om deze om de tweede golf aangescherpte regels te handhaven, niet met hun normale dingen mee mogen doen, hun normale leven mogen leiden en dus triestig thuis zitten, wat een verdriet! Ik had vandaag geluk, maar dat zal niet aldoor zo zijn. En een heel stel mensen hadden die meevaller niet vandaag.

Dit alles met dank aan de lui die er met de pet naar gooien, naar de regels, de maatregelen, de protocollen, de mondkapjes ook. Mensen die vinden dat hún lolletjes niet mogen lijden onder deze ongelooflijk tragische toestand van meer dan een miljoen doden wereldwijd; van ziekenhuizen die de toestroom van ernstig zieken niet of nauwelijks aankunnen; levens die verwoest worden; families die elkaar niet vrij mogen bezoeken, elkaar niet mogen knuffelen; beperkingen die gelden voor alle dingen die normaal zouden moeten zijn. Zoals mooie optredens verzorgen met ons orkest. Zoals een jarig kleinkind bezoeken op de grote dag zelf, want dat is te riskant als alle andere familieleden dan óók komen. Ja dat is heel erg, geloof me, dat je dan op een andere dag moet gaan. Zo zijn er nog heel veel meer ongelooflijk trieste situaties waarin mensen door Covid19 terecht zijn gekomen, ik hoef ze niet allemaal op te noemen. U kent er zelf vast nog veel meer. Dan is wel of niet samen mogen of kunnen repeteren nog het minste probleem.

*De Bazuin De Meern

Zo dicht bij elkaar, nee, dat kan voorlopig niet, om over optreden maar helemaal te zwijgen

Nostalgie

Ik vond een notitie terug van zondag 15 december 2019 en las met plezier hoe alles gewoon nog kon voordat een ellendig virus dat allemaal grondig verpestte. Maar we wisten toen nog niet dat dit ons boven het hoofd hing. Tijd om even herinneringen op te halen, ik hoop dat je het leuk vindt om te lezen.

Gisteren speelden we mee tijdens de Lichtjesroute in De Meern. Eerst met de Feestband in Castellum. Dat had buiten gemoeten, maar het regende. We stonden op een kluitje in het halletje te spelen. Daar kwamen de wandelaars langs, om even stil te staan en te luisteren naar de kerstliedjes die we speelden. Zelf speelde ik niet best. Was weleens “de weg kwijt” tussen de noten, of wilde harder blazen dan mijn embouchure toeliet. Vervelend, maar niemand zei er iets van, hopelijk merkten ze het niet.

Daarna naar de Mariakerk, waar we met het harmonieorkest zouden spelen. Ik kreeg met mijn stoel (die ongebruikt bleef, omdat de ruimte in Castellum waar we speelden te klein was voor stoelen) een lift van Ad. Drie kwartier later speelden we in de kerk. Daar ging het allemaal relaxter. Wij zaten boven, “in het koor”. Hier waren we vrijwel onzichtbaar voor het publiek, dat ook hier tijdens de lichtjeswandeling langskwam en stopte om naar de muziek te luisteren. Maar we waren deste beter te horen. Ruud vond het erg mooi klinken. Hij vertelde dat het publiek telkens omhoog keek naar waar de muziek vandaan kwam en dat men stil bleef staan om te luisteren. Hij zat in zijn eentje in de kerkbanken, erg ongezellig. Ik zat in onze pauzes wel telkens even bij hem. Toen Ad hem kwam vragen hoe het klonk, grapte Ruud:”Ik ben meteen weer naar buiten gelopen.” Ad snapte wel dat het een grapje was.

We speelden in het koor

Samen spelen

Mijn broer zegt:”Jij speelt mama’s muziek en je tweelingzus speelt papa’s muziek”.

En dat klopt.

Mijn vader was van de klassieke muziek, veel Beethoven en Bach klonk er vroeger in ons huis. Sibelius was ook een grote favoriet, ook van mijn moeder trouwens.

Het schijnt dat mijn vader schitterend piano kon spelen. Waarom heb ik dat nooit mogen horen? Nooit! Ik hoorde het van mijn oudste zus, toen mijn vader allang was overleden. Wat moet hij geleden hebben toen wij naast ons een buurjongetje hadden dat vele jaren lang niet verder kwam dan een altijd weer haperende vlooienmars. Arme papa.

Van mijn moeder weet ik dat ze graag orgel speelde. Ze speelde in haar jonge jaren op het kerkorgel. Heel braaf. Totdat ze dacht dat ze alleen was in de kerk. Dan ging ze los en speelde Glenn Miller, Gershwin. Uit haar hoofd. Op het kerkorgel dus, zie je het voor je? 

Mijn tweelingzus speelt viool in een kamerorkest. Prachtig. En daar komt soms Sibelius aan bod, vaak Beethoven, geweldig. Ik probeer geen enkel concert te missen. 

Mijn eigen muzikale carrière begon toen ik ziek was en om die reden van mijn opa een Hohner mondharmonica kreeg. Ik kwam niet verder dan de gebruikelijke liedjes die ieder kind op tienjarige leeftijd kent en zingt, maar toch, het begin was er. De mondharmonica is helaas tijdens een verhuizing zoekgeraakt. 

Daarna zong ik trouw in het schoolkoor, en later, als alt, vele jaren in het studentenkoor, met optredens in de Doelen van Rotterdam en het Concertgebouw in Amsterdam. We zongen Mozart, maar ook Carl Orff’s Carmina Burana, geweldig. Dan voel je je heel wat, kan ik je zeggen.

Les heb ik gehad in zang, gitaar, tenorsaxofoon (ik speelde jaren in de fanfare) en veel later de althoorn. Die speelde ik in de brassband met heel veel plezier. Maar de trombone lokte me aan, die wilde ik dolgraag leren spelen. Het is een lastig instrument, de plaatsen van de noten op de glijdende schaal van de schuif zijn een hele uitdaging, goed luisteren dus. Ik volhard. Koppig als een ezel.

Inmiddels speel ik alweer heel wat jaartjes bij de harmonie. Een groter muzikaal geluk dan Glenn Miller spelen met dit orkest kan ik me nauwelijks voorstellen. Het is de muziek van mijn moeder.

Maar toen kwam de lockdown. Ik ben vast niet de enige die grote moeite heeft zich ertoe te zetten om toch te blijven spelen. Mijn pianolessen, waar ik anderhalf jaar geleden mee begon, liggen stil en de harmonie mag niet repeteren of optreden. Vreselijk vind ik dat.

Gelukkig is mijn pianojuf weer beter, dat geeft de burger moed, maar er zijn nog geen lessen. Quatre-mains spelen met mijn zus (die al langer piano speelt, naast de viool) via Skype lukt niet, wegens de vertraging van het internet. Wel sturen we elkaar nu en dan een geluidsopname van de eigen partij, zodat de ander de hare eronder kan proberen te spelen. Daar hebben we wel schik in. 

Maar de trombone bleef bij mij een ondergeschoven kindje. Totdat Louise (trompet) me tipte om op Youtube te zoeken naar ‘play-along trombone’… 

Dat is gaaf! Vandaag heb ik me langdurig vermaakt met een soort van samen spelen. Want dat is wat ik toch het allerliefste doe. Morgen probeer ik dat ook eens op de piano. Heel leerzaam en veel leuker dan alleen spelen, ik kan het iedereen aanbevelen.