Nostalgie

Ik vond een notitie terug van zondag 15 december 2019 en las met plezier hoe alles gewoon nog kon voordat een ellendig virus dat allemaal grondig verpestte. Maar we wisten toen nog niet dat dit ons boven het hoofd hing. Tijd om even herinneringen op te halen, ik hoop dat je het leuk vindt om te lezen.

Gisteren speelden we mee tijdens de Lichtjesroute in De Meern. Eerst met de Feestband in Castellum. Dat had buiten gemoeten, maar het regende. We stonden op een kluitje in het halletje te spelen. Daar kwamen de wandelaars langs, om even stil te staan en te luisteren naar de kerstliedjes die we speelden. Zelf speelde ik niet best. Was weleens “de weg kwijt” tussen de noten, of wilde harder blazen dan mijn embouchure toeliet. Vervelend, maar niemand zei er iets van, hopelijk merkten ze het niet.

Daarna naar de Mariakerk, waar we met het harmonieorkest zouden spelen. Ik kreeg met mijn stoel (die ongebruikt bleef, omdat de ruimte in Castellum waar we speelden te klein was voor stoelen) een lift van Ad. Drie kwartier later speelden we in de kerk. Daar ging het allemaal relaxter. Wij zaten boven, “in het koor”. Hier waren we vrijwel onzichtbaar voor het publiek, dat ook hier tijdens de lichtjeswandeling langskwam en stopte om naar de muziek te luisteren. Maar we waren deste beter te horen. Ruud vond het erg mooi klinken. Hij vertelde dat het publiek telkens omhoog keek naar waar de muziek vandaan kwam en dat men stil bleef staan om te luisteren. Hij zat in zijn eentje in de kerkbanken, erg ongezellig. Ik zat in onze pauzes wel telkens even bij hem. Toen Ad hem kwam vragen hoe het klonk, grapte Ruud:”Ik ben meteen weer naar buiten gelopen.” Ad snapte wel dat het een grapje was.

We speelden in het koor

Samen spelen

Mijn broer zegt:”Jij speelt mama’s muziek en je tweelingzus speelt papa’s muziek”.

En dat klopt.

Mijn vader was van de klassieke muziek, veel Beethoven en Bach klonk er vroeger in ons huis. Sibelius was ook een grote favoriet, ook van mijn moeder trouwens.

Het schijnt dat mijn vader schitterend piano kon spelen. Waarom heb ik dat nooit mogen horen? Nooit! Ik hoorde het van mijn oudste zus, toen mijn vader allang was overleden. Wat moet hij geleden hebben toen wij naast ons een buurjongetje hadden dat vele jaren lang niet verder kwam dan een altijd weer haperende vlooienmars. Arme papa.

Van mijn moeder weet ik dat ze graag orgel speelde. Ze speelde in haar jonge jaren op het kerkorgel. Heel braaf. Totdat ze dacht dat ze alleen was in de kerk. Dan ging ze los en speelde Glenn Miller, Gershwin. Uit haar hoofd. Op het kerkorgel dus, zie je het voor je? 

Mijn tweelingzus speelt viool in een kamerorkest. Prachtig. En daar komt soms Sibelius aan bod, vaak Beethoven, geweldig. Ik probeer geen enkel concert te missen. 

Mijn eigen muzikale carrière begon toen ik ziek was en om die reden van mijn opa een Hohner mondharmonica kreeg. Ik kwam niet verder dan de gebruikelijke liedjes die ieder kind op tienjarige leeftijd kent en zingt, maar toch, het begin was er. De mondharmonica is helaas tijdens een verhuizing zoekgeraakt. 

Daarna zong ik trouw in het schoolkoor, en later, als alt, vele jaren in het studentenkoor, met optredens in de Doelen van Rotterdam en het Concertgebouw in Amsterdam. We zongen Mozart, maar ook Carl Orff’s Carmina Burana, geweldig. Dan voel je je heel wat, kan ik je zeggen.

Les heb ik gehad in zang, gitaar, tenorsaxofoon (ik speelde jaren in de fanfare) en veel later de althoorn. Die speelde ik in de brassband met heel veel plezier. Maar de trombone lokte me aan, die wilde ik dolgraag leren spelen. Het is een lastig instrument, de plaatsen van de noten op de glijdende schaal van de schuif zijn een hele uitdaging, goed luisteren dus. Ik volhard. Koppig als een ezel.

Inmiddels speel ik alweer heel wat jaartjes bij de harmonie. Een groter muzikaal geluk dan Glenn Miller spelen met dit orkest kan ik me nauwelijks voorstellen. Het is de muziek van mijn moeder.

Maar toen kwam de lockdown. Ik ben vast niet de enige die grote moeite heeft zich ertoe te zetten om toch te blijven spelen. Mijn pianolessen, waar ik anderhalf jaar geleden mee begon, liggen stil en de harmonie mag niet repeteren of optreden. Vreselijk vind ik dat.

Gelukkig is mijn pianojuf weer beter, dat geeft de burger moed, maar er zijn nog geen lessen. Quatre-mains spelen met mijn zus (die al langer piano speelt, naast de viool) via Skype lukt niet, wegens de vertraging van het internet. Wel sturen we elkaar nu en dan een geluidsopname van de eigen partij, zodat de ander de hare eronder kan proberen te spelen. Daar hebben we wel schik in. 

Maar de trombone bleef bij mij een ondergeschoven kindje. Totdat Louise (trompet) me tipte om op Youtube te zoeken naar ‘play-along trombone’… 

Dat is gaaf! Vandaag heb ik me langdurig vermaakt met een soort van samen spelen. Want dat is wat ik toch het allerliefste doe. Morgen probeer ik dat ook eens op de piano. Heel leerzaam en veel leuker dan alleen spelen, ik kan het iedereen aanbevelen.