Het minste probleem

Maandagavond, orkestrepetitieavond. Ik had me enigszins triestig geïnstalleerd op mijn luie stoel. Dekentje over de benen, haakwerkje, flinke kop thee.

Die middag had ik al trombone gespeeld, een vol uur, omdat ik ’s avonds niet komen mocht. Er mogen maar 30 mensen komen naar de wekelijkse repetitie van het harmonieorkest* (dat meer dan 40 leden telt) en het clustersysteem dat het bestuur had bedacht, betekende dat ik voor vanavond buiten de boot viel, dus vandaar. En piano had ik ook nog gespeeld na het avondeten, om toch het gevoel te krijgen nog íets aan muziek te doen vanavond. Maar ja, de orkestrepetitie missen, wat voelde dát als een straf die ik niet had verdiend.

Enigszins verongelijkt pakte ik mijn haakwerkje bij de thee en ik dacht stilletjes “ja hoor, gaan jullie maar lekker repeteren met elkaar, ik vermaak me wel met de haaknaald en de zachte draad, waaruit ik een fraaie placemat tover.”

De thee was net op en het was tijd om de TV aan te zetten voor het journaal, toen mijn mobieltje aankondigde dat Louise belde. Verbaasd nam ik op en ik hoorde haar zeggen dat er twee zieken waren in haar cluster en of ik toch nog komen kon… enigszins beduusd hoorde ik hoe ze vroeg of ik dat nog zou redden… onze repetitie begon om kwart over acht! Ook een coronamaatregel: normaliter starten we om 20:00 uur, maar nu beginnen we een kwartier later om te voorkomen dat de leden van het harmonieorkest bij binnenkomst de vertrekkende luitjes van het leerlingenorkest kruisen op de gang… om die anderhalve meter goed te handhaven.

“Sjee, dan ga ik nu heel snel mijn schoenen aantrekken”, riep ik tegen Louise. “Ik zal wel ietsje later komen, maar ik kom eraan!” Ik racete naar boven om de trombone in het foedraal te doen en mijn muziekmap in te pakken. Toen in de keuken snel mijn theebeker-om-mee-te-nemen gevuld en in mijn tas gedouwd (er mag tijdens de pauze geen koffie en thee geschonken worden volgens het protocol), en wég was ik.

Ik was zelfs nog op tijd om de eerste noot mee te spelen, hoewel ik nergens de snelheidslimiet heb overtreden, volgens mij.

Bij binnenkomst bedankte ik Louise, die wel kon zien, denk ik, dat ik superblij was dat ik toch mocht komen. Ik kon haar wel zoenen, maar ja, dat was tegen het protocol hè…

Iedereen was verbaasd mij te zien, want in de mail hadden ze gelezen dat ik afwezig zou zijn. En dat ik ‘s middags al trombone had gespeeld, in plaats van vanavond…

Het was een fijne repetitie, met veel vrolijke noten. En hoe ik speelde, nee, niet alles was perfect, nóg niet, ik weet het dekselsgoed, maar het meeste was volgens mij wél in orde en wat er wel was in elk geval, was mijn stralende blijdschap omdat ik toch nog mee mocht doen. Want, zoals Ad (voorzitter en bassist) schreef:”samen repeteren is voor mij altijd weer een cadeautje”. Dat geldt voor al onze orkestleden, en voor iedereen die in groepsverband muziek maakt. Je leeft er zo ongeveer de hele week naartoe.

Toen ik weer thuis in mijn luie stoel zat, bemerkte ik pas dat ik tot op de botten verkleumd was. Oh, die ijskoude voeten! Ons harmonieorkest repeteert namelijk, om goed te ventileren, met de ramen open, ook nu het buiten al flink aan het herfsten is. En dan heb ik nog het geluk dat ik trombone speel, wat aardig wat verwarmende lichaamsbeweging vereist.

Al die mensen die, om deze om de tweede golf aangescherpte regels te handhaven, niet met hun normale dingen mee mogen doen, hun normale leven mogen leiden en dus triestig thuis zitten, wat een verdriet! Ik had vandaag geluk, maar dat zal niet aldoor zo zijn. En een heel stel mensen hadden die meevaller niet vandaag.

Dit alles met dank aan de lui die er met de pet naar gooien, naar de regels, de maatregelen, de protocollen, de mondkapjes ook. Mensen die vinden dat hún lolletjes niet mogen lijden onder deze ongelooflijk tragische toestand van meer dan een miljoen doden wereldwijd; van ziekenhuizen die de toestroom van ernstig zieken niet of nauwelijks aankunnen; levens die verwoest worden; families die elkaar niet vrij mogen bezoeken, elkaar niet mogen knuffelen; beperkingen die gelden voor alle dingen die normaal zouden moeten zijn. Zoals mooie optredens verzorgen met ons orkest. Zoals een jarig kleinkind bezoeken op de grote dag zelf, want dat is te riskant als alle andere familieleden dan óók komen. Ja dat is heel erg, geloof me, dat je dan op een andere dag moet gaan. Zo zijn er nog heel veel meer ongelooflijk trieste situaties waarin mensen door Covid19 terecht zijn gekomen, ik hoef ze niet allemaal op te noemen. U kent er zelf vast nog veel meer. Dan is wel of niet samen mogen of kunnen repeteren nog het minste probleem.

*De Bazuin De Meern

Zo dicht bij elkaar, nee, dat kan voorlopig niet, om over optreden maar helemaal te zwijgen

#Marktplaats, te mooi om waar te zijn?

Ik had een nieuw horloge gekocht en zette daarom het oude op Marktplaats. Al heel snel reageerde iemand die het voor de vraagprijs wilde overnemen. Ik was blij verrast en vond dat heel mooi.

Er volgde een lange reeks appjes over en weer, waaruit naar voren kwam dat hij “de betaling klaar had staan bij de bank en of ik even € 0,01 wilde overmaken voor de zekerheid, want hij was in het verleden opgelicht”. Daarvoor moest ik mijn cardreader bij de hand houden, appte hij. Ook had hij het nu druk, dus morgen zou hij weer contact opnemen. Het was avond en ik had geen zin om het filmpje dat ik zat te kijken ervoor te onderbreken, dus dat kwam me wel best uit.

De volgende dag appte hij weer of ik de cardreader nu bij de hand had om 1 cent naar hem over te maken. Ik vond het inmiddels een raar verhaal. Als ik 1 cent wil overmaken, kan dat zonder de scanner, gewoon met de bank app op mijn telefoontje, dus mijn argwaan groeide.

Hij appte inmiddels vanaf een ander telefoonnummer dan eerst, wel vreemd, vond ik. Toen appte hij “ik zal u bellen”. Dat deed hij via Whatsapp. En ik nam op.

Ik hoorde de stem van een heel jonge, enigszins nerveuze man. Hij legde me uit dat hij zekerheid wilde over het banknummer dat ik hem had geappt. Ik antwoordde dat ik niet van plan was mijn cardreader tevoorschijn te halen, omdat ik degene was die geld van hem ging krijgen en dat hij degene was die betalen moest, omdat ik hem het horloge ging sturen naar het adres dat hij me had geappt.

Hij drong nog even aan, en hield vol dat hij echt graag het horloge wilde hebben, maar begreep uiteindelijk wel dat hij zijn zin niet ging krijgen.

Ik bood nog aan het horloge onder rembours te zenden, zodat hij aan de postbode kon betalen, waarmee hij alle zekerheid had. Daarop was het stil. En bleef het stil.

Ik heb zijn beide telefoonnummers geblokt, ook zijn contactberichten via Marktplaats heb ik verwijderd en hem geblokt op die site.

Later, tijdens mijn wandeling met de hond bedacht ik een scenario, dat ik niet kan bewijzen, maar een ander scenario kan ik niet bedenken: hij was van plan om de “klaarstaande betaling” van het overeengekomen bedrag niet van hem naar mij te laten gaan, maar van mij naar hem. In de hoop, en met de bedoeling dat ik dat niet door zou hebben. Dat het rekeningnummer AAN en het nummer VAN waren omgewisseld, of dat hij niet een betaalverzoek zou sturen voor € 0,01, maar voor bijvoorbeeld € 1000,— . Kijk, en dan was – voor dat aanzienlijk hogere bedrag – natuurlijk de cardreader nodig geweest. Dat is de enige reden die ik kan verzinnen voor zijn aandringen op mijn cardreader.

Wat mij opviel was, dat de beste man geen enkele poging deed om het horloge voor een lager bedrag dan de vraagprijs over te nemen, zoals op Marktplaats volstrekt normaal is. Ook dat er veel tijd overheen ging voordat er op een app werd gereageerd, is niet wat ik op Marktplaats gewend ben van bona fide mensen.

Zomaar een zaterdagmorgen

Ik wandel met Jack, de dwergschnauzer, langs de wetering naar de voormalige wielerbaan. Dit is in de jaren uitgegroeid tot een heerlijk parkje waar vooral hondenwandelaars hun hart kunnen ophalen langs de vele slingerpaden. De honden kunnen er loslopen en naar hartelust spelen, hollen en snuffelen. Op weekse dagen is de wandeling naar de wetering, waar Jack ook los kan hollen, al heel mooi. Ik wil vandaag wat meer inspanning, want mijn coronavet moet eraf. Vanmorgen waren de batterijen van de personenweegschaal leeg en dat is misschien maar goed ook.

Probleemloos volgt Jack mij, ook bij het oversteken aan het einde van de wetering, zonder dat ik hem aan de lijn hoef te doen.

Bij de wielerbaan is het grote hek op slot. Niet getreurd, voor voetgangers is het kleine poortje open en wij gaan naar binnen. Jack volgt me op de voet. We hebben het rijk alleen, schijnt het, komt dat door het slot op het grote hek? Ik weet dat defensie hier weleens oefent, dus luister stil of ik schoten hoor, maar het is stil, op de geluiden van de vogels na.

We wandelen de grootste ronde van de wielerbaan, waar we applaus krijgen van een klapwiekende duif, tak-tak-tak, en waar allerlei vogels, groot en klein, met hun roep het ruisen van de wind in de bomen overstemmen. Een witte vlinder fladdert om mijn hoofd. Net als in onze tuin zijn er ook hier opvallend veel vlinders dit jaar. De zon schijnt wit in het water van de slootjes die door het park kronkelen.

Er liggen verbazend veel konijnenkeutels op de paden en mijn voeten zoeken zigzaggend hun weg om de schoenen redelijk schoon te houden. We stappen flink door, zoals mijn gewoonte is, terwijl Jack de afstand meermalen aflegt, omdat er links en rechts gesnuffeld moet worden.

Pas als we weer bij het grote hek aankomen zijn er meer hondenwandelaars. Jack laat de grote hond die hem nadert doen wat honden dan altijd doen, maar ik loop door nadat ik de eigenaar van de hond goedemorgen heb gewenst. Al snel voegt Jack zich weer, zoals verwacht, bij me en samen verlaten we het park door het voetgangerspoortje. Deze keer doe ik hem wel even aan de lijn bij het oversteken, omdat er auto’s rijden op de weg. Maar langs de wetering mag hij weer los.

We stappen stevig door. Een wandelaar komt ons tegemoet. Jack loopt op hem af en snuffelt even, zoals hij dat vaker doet bij wandelaars die we tegenkomen.

Ik concludeer dat de persoon zich er niet aan stoort en loop door. Tot ik na een poosje omkijk en zie dat Jack terug is gelopen, achter de wandelaar aan. Dat is vreemd, die meneer zal wel heel lekker ruiken, denk ik. Ik roep Jack, en fluit, maar hij schijnt het niet te horen en volgt de wandelaar op de voet. Alsof dat zijn nieuwe baasje is.

Ik blijf waar ik ben, want ik ben gewend dat Jack vanzelf weer naar me toe komt. Maar hij komt niet. Hij blijft bij de wandelaar, die inmiddels alweer bij de oversteekplaats is. En oversteekt. Ik kan Jack nog maar net ontwaren als een kleine zwarte stip met een wit kontje.

Nu begin ik te hollen. Terug de hele wetering langs. En ik roep en ik fluit.

Die meneer moet wel héél lekker ruiken.

Eindelijk ben ik kennelijk voor Jack binnen gehoorsafstand en hij draait zich om, zodat hij me ziet. Ik sta stil en roep weer. Dan, eindelijk, beweegt hij in mijn richting.

Als hij bij me is, zeg ik ‘zit’ en hij zit, als de braafste hond van de wereld. Ik bevestig de lijn aan zijn tuigje en houd hem aan de lijn en aan de hiel, de hele weg terug naar huis. De lengte van de wetering, plus de lengte van onze straat, wat ook al een flink eindje is. Een goede oefening voor hem in naast lopen, zonder telkens te snuffelen aan elke boom, pol of struik.

Aangekomen in onze straat, zie ik een man in een groot rechthoekig vaartuig, die de sloot aan het ontdoen is van alle riet. Dat ruik je. Het is een merkwaardige muffe geur, helemaal niet fris en groen. Zal wel nodig zijn, maar ik vind het jammer, die kale boel.

Toen ik bezweet en wel thuis de deur achter ons sloot, realiseerde ik me dat mijn stappenteller niet aan mijn pols maar nog in de oplader zat… dat overkomt mij nou nooit!

Tijd

Tijdens mijn werkzame leven had ik er geen moeite mee, net als de meesten, om mijn tijd nuttig te vullen. Ik gaf vele jaren Engelse les op middelbare scholen en had nog meer jaren mijn vertaalbureau, vertaalde en tolkte dat het een aard had, bracht in mijn eentje twee zonen groot, erg groot zelfs. En had, heb nog steeds, een praktijk als counsellor, hypnotherapeut en magnetiseur.

En dan opeens ben je 65. Je krijgt AOW en een pensioentje en hebt voor jezelf een en ander opzij gelegd, om nare verrassingen op te kunnen vangen. 

En dan?

Ik stopte met het vertaalbureau maar hield de praktijk aan om niemand ‘te laten vallen’. Op kleine schaal. Zonder nog ergens te adverteren.

Dat laat nog veel tijd over in een week. Daar moet natuurlijk wel iets moois mee worden gedaan. Nu speel ik al jaren blaasmuziek. Via saxofoon (tenor en alt) en althoorn nu trombone bij de muziekvereniging. Mijn lust en mijn leven. Maar ja, je kunt niet de hele dag trombone spelen. Ik tenminste niet. Toen besloot ik te leren piano spelen. Daar ben ik ook aardig wat tijd mee zoet in de week.

En verder?

Verder lees ik Proust, in het Frans, ben er al een jaar mee bezig en ben nu over de helft van de 7706 pagina’s. Snel gaat het niet, dat komt omdat ik alle nieuwe woorden opzoek. Ik heb veel steun aan mijn Engelse achtergrond, aangezien beide talen veel leenwoorden hebben van elkaar. Dus over een jaar mag je me alles vragen over Proust, zijn denkbeelden en zijn ervaringen in de hoogste kringen van Parijs en wijde omgeving. Best verrassend, dat boek. Á la recherche du temps perdu. Bijkomend voordeel is dat ik er zo lekker op slaap. Al na 5 pagina’s vallen mijn luikjes dicht.

En schrijven, dat had de oplettende lezer al opgemerkt, is ook iets dat ik graag doe.

Als je nog moet werken voor de kost, kun je je nauwelijks een voorstelling maken van de tijd die daarna komt, als die je is gegeven. Het heeft mij zelf verbaasd dat ik mijn vertaalbureau van de ene op de andere dag aan de wilgen kon hangen. Maar ik kon het, ik deed het. En het voelde goed.
De stress van het steeds op tijd moeten leveren van foutloos Engels, maar ook alle andere talen, waarvoor ik werkte met freelancers. De stress van klanten die niet, of niet op tijd, betalen, want bij de bakker kan ook ik niet gratis brood halen. Die stress is er niet meer nu, heerlijk. De klantjes voor de counsellingpraktijk betalen contant of met pin, dus daar heb ik er geen kopzorgen over. Ik beschouw het als een prettige bijverdienste, ik kan er mooi mijn pianojuf van betalen.

Helaas, door de coronamaatregelen moest de praktijk dicht.

Door die maatregelen, waar ik overigens volledig achter sta, viel ik in een diep gat. Mijn werk was nu volledig weg, de muziekvereniging zat op slot, mijn pianolessen mochten niet meer doorgaan. Geen bezoek van of aan familie – wat bij ons een plezierige regelmaat kende – , alles hield op te bestaan. Ik vocht tegen mijn tranen. Ik troostte me met het feit dat ik tenminste nog mijn man mocht knuffelen, voor hoevelen was zelfs dat niet mogelijk? Ik vond het moeilijk mijn tijd te vullen met alleen lezen, schrijven en trombone- en pianospelen. Het klinkt als een boel activiteiten, maar dat is het niet, want in de week hou ik nog vele uurtjes over die mooi konden worden ingevuld. 

En nog een boek schrijven? Nee, na vier boeken houd ik het (voorlopig?) voor gezien, ik hoef niet naar het boekenbal of zo, dank je wel.

O, ik heb echt begrip voor de opstandelingen die tegen deze maatregelen zijn. Opgehokt zijn is vreselijk en de frustraties groeien met de dag. Maar begrip is wat anders dan het ermee eens zijn. Ik snap ze, maar zou willen dat Rutte het ze eindelijk duidelijk maakt hoe deze vork in die steel zit. De vork van de verspreiding in de steel van dat snertvirus. Toe Mark, leg ze dat nou eens uit in Jip-en-Janneke-taal. Zodat we allemaal onze tijd weer mooi kunnen gaan invullen. 

Vrouwen redden de wereld

Internationale vrouwendag, 8 maart 2017

Mijn moeder, geboren in 1922, heeft 1 jaar op het gymnasium doorgebracht. Ze had als 12-jarige geen zin om huiswerk te leren en haalde slechte cijfers. Haar werd niet duidelijk gemaakt wat ze hiermee verspeelde, maar in plaats daarvan werd zij van school gehaald en naar de huishoudschool gestuurd. Kon ze goed leren koken en naaien en zo. Want ze zou “toch wel trouwen en kinderen krijgen”. Wel, dat is allemaal gebeurd. Ze kon het allemaal. Een sterke vrouw die vijf kinderen grootbracht, ondanks een zeer vaak afwezige echtgenoot.

Een van die kinderen was ik dus. Het gekke is dat dertig jaar later toen ik 12 jaar was, ook tegen mij iemand zei dat ik “wel zou trouwen en kinderen krijgen”.

Ondanks die mededeling heb ik toch mijn middelbare school afgemaakt en doorgeleerd voor lerares en vertaalster en nog veel later voor therapeut. Ik mag van geluk spreken.

Gelukkig komen de meeste vrouwen in ons land tegenwoordig “goed terecht”. Ze krijgen de kans om door te leren en een mooi vak te beoefenen. Zo kunnen ze een zelfstandig en onafhankelijk leven opbouwen en er zelf al of niet voor kiezen om te trouwen en/of kinderen te krijgen. Mede doordat er in ons land seksuele voorlichting bestaat en voorbehoedsmiddelen verkrijgbaar zijn. Wat er in veel landen gewoon niet is. Waar periodieke onthouding wordt gezien als het voorbehoedsmiddel… Weet je, mijn moeder kreeg op die manier vijf in plaats van de bedoelde twee kinderen.

Ja, het is nog altijd nodig om te vechten voor vrouwenrechten. Om zelf als vrouw de mouwen op te stropen, (van) ons te laten horen. Maar ook om ons sterk en onafhankelijk op te stellen, een vak te leren en invloed uit te oefenen. Om onze kinderen dit ook mee te geven.

Het is ook nodig dat wij als vrouwen bij de komende verkiezingen een voorkeursstem uitbrengen op een vrouw. Bij voorkeur op een vrouw die wat lager op de kieslijst staat, zodat zij meer kans heeft op een zetel in de Tweede Kamer. Als de invloed van vrouwen groter is, komen al die andere zaken van (on-)recht en (on-)gelijkheid vanzelf!

Want, is het nog altijd niet algemeen bekend?

Vrouwen redden de wereld!

Vrouwen redden de wereld

Nostalgie

Ik vond een notitie terug van zondag 15 december 2019 en las met plezier hoe alles gewoon nog kon voordat een ellendig virus dat allemaal grondig verpestte. Maar we wisten toen nog niet dat dit ons boven het hoofd hing. Tijd om even herinneringen op te halen, ik hoop dat je het leuk vindt om te lezen.

Gisteren speelden we mee tijdens de Lichtjesroute in De Meern. Eerst met de Feestband in Castellum. Dat had buiten gemoeten, maar het regende. We stonden op een kluitje in het halletje te spelen. Daar kwamen de wandelaars langs, om even stil te staan en te luisteren naar de kerstliedjes die we speelden. Zelf speelde ik niet best. Was weleens “de weg kwijt” tussen de noten, of wilde harder blazen dan mijn embouchure toeliet. Vervelend, maar niemand zei er iets van, hopelijk merkten ze het niet.

Daarna naar de Mariakerk, waar we met het harmonieorkest zouden spelen. Ik kreeg met mijn stoel (die ongebruikt bleef, omdat de ruimte in Castellum waar we speelden te klein was voor stoelen) een lift van Ad. Drie kwartier later speelden we in de kerk. Daar ging het allemaal relaxter. Wij zaten boven, “in het koor”. Hier waren we vrijwel onzichtbaar voor het publiek, dat ook hier tijdens de lichtjeswandeling langskwam en stopte om naar de muziek te luisteren. Maar we waren deste beter te horen. Ruud vond het erg mooi klinken. Hij vertelde dat het publiek telkens omhoog keek naar waar de muziek vandaan kwam en dat men stil bleef staan om te luisteren. Hij zat in zijn eentje in de kerkbanken, erg ongezellig. Ik zat in onze pauzes wel telkens even bij hem. Toen Ad hem kwam vragen hoe het klonk, grapte Ruud:”Ik ben meteen weer naar buiten gelopen.” Ad snapte wel dat het een grapje was.

We speelden in het koor

Samen spelen

Mijn broer zegt:”Jij speelt mama’s muziek en je tweelingzus speelt papa’s muziek”.

En dat klopt.

Mijn vader was van de klassieke muziek, veel Beethoven en Bach klonk er vroeger in ons huis. Sibelius was ook een grote favoriet, ook van mijn moeder trouwens.

Het schijnt dat mijn vader schitterend piano kon spelen. Waarom heb ik dat nooit mogen horen? Nooit! Ik hoorde het van mijn oudste zus, toen mijn vader allang was overleden. Wat moet hij geleden hebben toen wij naast ons een buurjongetje hadden dat vele jaren lang niet verder kwam dan een altijd weer haperende vlooienmars. Arme papa.

Van mijn moeder weet ik dat ze graag orgel speelde. Ze speelde in haar jonge jaren op het kerkorgel. Heel braaf. Totdat ze dacht dat ze alleen was in de kerk. Dan ging ze los en speelde Glenn Miller, Gershwin. Uit haar hoofd. Op het kerkorgel dus, zie je het voor je? 

Mijn tweelingzus speelt viool in een kamerorkest. Prachtig. En daar komt soms Sibelius aan bod, vaak Beethoven, geweldig. Ik probeer geen enkel concert te missen. 

Mijn eigen muzikale carrière begon toen ik ziek was en om die reden van mijn opa een Hohner mondharmonica kreeg. Ik kwam niet verder dan de gebruikelijke liedjes die ieder kind op tienjarige leeftijd kent en zingt, maar toch, het begin was er. De mondharmonica is helaas tijdens een verhuizing zoekgeraakt. 

Daarna zong ik trouw in het schoolkoor, en later, als alt, vele jaren in het studentenkoor, met optredens in de Doelen van Rotterdam en het Concertgebouw in Amsterdam. We zongen Mozart, maar ook Carl Orff’s Carmina Burana, geweldig. Dan voel je je heel wat, kan ik je zeggen.

Les heb ik gehad in zang, gitaar, tenorsaxofoon (ik speelde jaren in de fanfare) en veel later de althoorn. Die speelde ik in de brassband met heel veel plezier. Maar de trombone lokte me aan, die wilde ik dolgraag leren spelen. Het is een lastig instrument, de plaatsen van de noten op de glijdende schaal van de schuif zijn een hele uitdaging, goed luisteren dus. Ik volhard. Koppig als een ezel.

Inmiddels speel ik alweer heel wat jaartjes bij de harmonie. Een groter muzikaal geluk dan Glenn Miller spelen met dit orkest kan ik me nauwelijks voorstellen. Het is de muziek van mijn moeder.

Maar toen kwam de lockdown. Ik ben vast niet de enige die grote moeite heeft zich ertoe te zetten om toch te blijven spelen. Mijn pianolessen, waar ik anderhalf jaar geleden mee begon, liggen stil en de harmonie mag niet repeteren of optreden. Vreselijk vind ik dat.

Gelukkig is mijn pianojuf weer beter, dat geeft de burger moed, maar er zijn nog geen lessen. Quatre-mains spelen met mijn zus (die al langer piano speelt, naast de viool) via Skype lukt niet, wegens de vertraging van het internet. Wel sturen we elkaar nu en dan een geluidsopname van de eigen partij, zodat de ander de hare eronder kan proberen te spelen. Daar hebben we wel schik in. 

Maar de trombone bleef bij mij een ondergeschoven kindje. Totdat Louise (trompet) me tipte om op Youtube te zoeken naar ‘play-along trombone’… 

Dat is gaaf! Vandaag heb ik me langdurig vermaakt met een soort van samen spelen. Want dat is wat ik toch het allerliefste doe. Morgen probeer ik dat ook eens op de piano. Heel leerzaam en veel leuker dan alleen spelen, ik kan het iedereen aanbevelen.

En dat is alleen nog maar de ochtend…

Ik begon de dag met mijn superyoga-oefening. Die bestaat vooral uit strekken en armen versterken. Voelt fijn aan. Op dagen dat ik dat oversla voel ik me beslist minder fit.

Na het ontbijt met Ruud maakte ik een extra lange wandeling met de hond. Langs de wetering kan hij lekker los hollen en ik kan marcheren, waar ik zo van houd.

Al een aantal dagen heb ik geen trombone gespeeld. Ik voel me niet gestimuleerd zo zonder orkestrepetities. Er zullen voorlopig wel geen optredens zijn, dus wat heeft het voor zin. Tot ik op facebook een paar kinderen op een foto zag die op straat een concert stonden te geven. Om alle thuiswerkers op te vrolijken, zo lief. Ik dacht:”Kom op Thijs (in zo’n geval noem ik mezelf bij mijn meisjesnaam), hoezo heb je een stimulans nodig? Aan de slag jij!“

Vanmorgen dus toch mezelf maar een schop gegeven en gespeeld. Voor mezelf. Ik bedacht dat er ooit wel weer ergens opgetreden gaat worden en dan wil ik wel nog mijn embouchure hebben, die ik in vele jaren heb opgebouwd. Hij was er nog hoor, de embouchure, ik heb goed gespeeld.

Piano spelen doe ik wel elke dag, merkwaardig genoeg, ondanks dat mijn lerares zich ziek heeft gemeld. Ik heb haar beloofd “voorzichtig verder te gaan in mijn lesboek”. Dus ik heb alvast zelf extra huiswerk in mijn schrift gezet. 

Ruud kwam om elf uur thuis met de Jumboodschappen, maar zonder… ja hoor, zonder wc-papier. Alles weggehamsterd. Ik ben op de fiets gestapt, een winkelcentrum verderop zou meer kans geven, hoopte ik. Daar is de Appie. Ik liep de winkel in en koerste rechtstreeks af op de juiste afdeling, maar helaas… uitsluitend lege schappen. Wel bij de kassa’s lange rijen mensen, die niet genoeg afstand hielden. Blij dat ik er snel langs kon lopen, zoefde ik weer naar buiten. Ik had nog een kans: de Lidl. Hoera, die had nog liggen. Dus ik heb een groot pak meegenomen. Geen idee of de kwaliteit goed is, maar goed, we hebben althans iets.

Wat ik niet snap, is dat het systeem van bevoorrading van de Jumbo en AH dit idiote fenomeen van pleepapierhamsteraars kennelijk ook niet aankan, terwijl je weet dat er grote voorraden zijn. Je zou denken ‘stuur es even een extra vrachtwagen of drie met dat spul naar de winkels.’ Maar ja, ik zit niet in die business, dus ik moet maar geloven dat dat niet, of in elk geval onvoldoende, kan. Maar raar is het. En vreselijk voor al die mensen die niet zo makkelijk die extra moeite kunnen doen om er wat van in de kast te hebben. Dat doen de hamsteraars hun buren aan.

Enfin, tijd voor de lunch, dan ga ik daarna piano spelen. Voor Ruud en voor mezelf. Geen stimulans nodig.

Daar kan ik lekker marcheren…

Slechts een politieke actie

De leraar vond het een goed idee als we allemaal een penfriend zouden hebben in Engeland. Dat was goed voor je Engels. Ik had er uiteindelijk twee, een meisje, Pamela, en een jongen, Tom, beiden ongeveer even oud als ik. Het meisje hield er al tamelijk snel mee op, met dat schrijven, de jongen niet. Dat ging langer duren. Heel lange brieven schreven we aan elkaar en die brieven werden hoe langer hoe liever. Hij heeft zelfs tweemaal de oversteek gewaagd, op zijn kleine motorfiets, om mij thuis te bezoeken. O wat waren we verliefd!

Maar aan alles komt een eind, zo leerde ik toen we een paar jaar verder waren.

Na de middelbare school studeerde ik Engels, vasthoudend aan de taal die me zo lief was. Ik werd lerares Engels en gaf les op middelbare scholen, dat heb ik twintig jaar gedaan. Vervolgens was ik nog eens ruim dertig jaar beëdigd vertaalster Engels, met mijn eigen vertaalbureau Big Ben Translations. Zoals de slager zich inspant om elke gehaktbal tot een succes te maken voor zijn klanten, zo vertaalde ik met enthousiasme en ouderwetse ijver en punctualiteit elke tekst, groot of klein, die me werd voorgelegd.

In gedachten zie ik “mijn” geliefde Engeland steeds verder wegdrijven van het Continent. Verder en verder… en nog verder, net zo lang tot het te laat is en de kloof niet meer kan worden overbrugd. In een nog vaak terugkerende droom zie ik mezelf eenzaam staan op een hoge heuvel in Midden Engeland. Ik kijk uit over het wijde landschap om me heen. Meer vertelt de droom me niet. Altijd kom ik terug uit de droom met een pijnlijk gevoel van eenzaamheid.

Nog ben ik mijn penfriend van toen niet vergeten, vraag me nog vaak af, waar zou hij wonen? Is hij gelukkig getrouwd? Heeft hij kinderen? Kleinkinderen misschien ook?
En nu is er definitief de Brexit. Hier beperk ik mijn onderkoelde reactie tot “wat een domme actie, dat is met geen pen te beschrijven.” 

Tegelijkertijd realiseer ik me dat dit slechts een politieke actie is van een kostschoolknaap die zich had voorgenomen iets belangrijks, wat dan ook, in de Britse geschiedenis neer te zetten.

Dat ik anglofiel ben, daar is geen Boris Johnson tegen gewassen. Dat zit dieper dan politiek, daar helpt geen Brexit tegen.

Huisbezoek

Een sombere stem begroet mij door de intercom als ik heb aangebeld. Ik antwoord en noem vriendelijk en opgewekt mijn naam. De zoemer opent de deur en ik beklim de vier trappen naar haar etage, waar ze aan de galerij woont met uitzicht op een al lang geleden gesloopt pand. Er groeit onkruid tussen de achtergebleven stenen.

De deur van haar apartement staat open en ik stap naar binnen in het kleine, maar gezellig ingerichte eenpersoons huishouden.

Het gaat niet zo best hoor, zegt ze bij de begroeting, terwijl haar rug wat gebogen is. Ze ziet er bleekjes en zwak uit.

86 jaar is ze. En nog altijd woont ze zelfstandig, doet zelf haar wasjes en haalt haar eigen boodschapjes. Soms vraagt ze een buurman wat fruit voor haar mee te nemen van de Turk om de hoek, “want dat is veel lekkerder dan dat van de supermarkt”. Haar dochter komt van tijd tot tijd helpen met schoonmaken, maar gisteren heeft ze zelf twee van de vier grote ramen aan de binnenzijde gelapt. Morgen doet ze de andere twee, en de buitenkant moet dan nog de volgende week. Ik prijs haar uitbundig. Ze doet elke dag als het even kan een wandeling om het ruime  parkeerterrein heen. Met de rollator, “want dan kan ik nu en dan even zitten om uit te rusten. Dan komt er soms iemand vragen of alles goed gaat… Maar landurig de winkels in, nee, dat lukt niet meer hoor, dan komt alles teveel op me af”.

We bespreken in alle rust de dagelijkse beslommeringen, de druppeltjes die ze van de huisarts moet slikken, “Waarvoor die zijn, ik heb geen idee,” zegt ze. Ze wil helemaal geen medicijnen slikken, “al die chemische rommel, dat kan toch niet goed zijn”. Maar haar kinderen willen niet dat ze de bijsluiter leest. Ze geeft hem aan mij, ik mag hem wél lezen. Op het doosje van de druppels staat alleen tekst in het Pools. Vreemd, vind ik, hoezo komen die medicijnen uit Polen? Ik lees in de – Nederlandse – bijsluiter dat de druppels bedoeld zijn tegen depressies en angsten. Merkwaardig, denk ik, nooit geweten dat ze die heeft. De reden dat ik bij haar kom is een gebrek aan energie, wat ik niet vreemd vind voor iemand van 86 Jaar, mag het een keer?

Ze heeft moeite om de juiste maat kleding te vinden in de winkel, vertelt ze. Alles slobbert vreselijk om haar magere lijf heen. Ze trekt het boordje van haar warme trui opzij en ik probeer niet te laten merken dat ik schrik van het ver uitstekende bot van haar sleutelbeen. Ik weet inmiddels dat ik niet verder hoef aan te dringen op voedzamer eten, ze doet al zo haar best om gezond te eten, ze eet al veel beter dan in het begin dat ik bij haar kwam.

Ze klaagt dat haar huisarts nooit eens belt om te vragen of alles nog goed gaat. Ik vraag me hardop af, of het niet een goed idee zou zijn als er van tijd tot tijd een wijkverpleegster langs zou komen om te polsen hoe de vlag erbij hangt? Ze denkt dat ze dat zelf kan vragen. “Oh prima, doe dat maar dan,” zeg ik. Dat belooft ze.

Ze vertelt omstandig hoe alles rondom de jaarwisseling ging met de kinderen, van wie de oudste 65 jaar is. Sommigen zien elkaar niet graag, dat zit haar niet lekker, maar ja, wat doe je eraan. Nu en dan vertel ik tussendoor  over mijn eigen familie, om te illustreren hoe ik met soms vergelijkbare situaties omga, hopend dat ze er in haar situatie wat mee kan.

Als we zo een half uur met elkaar hebben gepraat over haar doen en laten en hoe ze zo door het leven wandelt, wil ze graag een behandeling. 

Ik sta op en geef haar een stoelbehandeling die ook een half uur duurt. Ze geniet van de warmte en geeft me aan waar ik meer of minder moet geven, want dit hier is teveel en dat daar is te weinig. Zo heeft ze het na de vorige behandelingen ervaren.

Na afloop zegt ze blij:”Nu heb ik vleugels en kan ik alles weer aan!”

De metamorfose binnen dat ene uur verbaast me iedere keer weer. Als ze me uitlaat, staat er een opgewekte, levendig lachende vrouw met een rechte rug bij de deur. Haar ogen flonkeren. Heel anders dan toen ze me een uur eerder binnenliet. 

Bij de deur naar het trapportaal keer ik me nog eens om en daar staat ze, zoals altijd, om me uit te zwaaien. “Dag, tot de volgende keer!”

Tot de volgende keer!